Veelgestelde vragen

Bestaat er overgevoeligheid voor procaïne?
Deze bestaat inderdaad, maar is uiterst zeldzaam. De arts voor neuraaltherapie zal altijd eerst een proefdosis onder de huid of een druppeltje in het oog geven om overgevoeligheid uit te sluiten.
De artsen van onze vakgroep neuraaltherapie zijn voorbereid op een overgevoeligheidsreactie van de patiënt, maar de meesten hebben het niet zelf in hun praktijk meegemaakt.

Doet het pijn?
Laten we er maar niet omheen draaien: het doet pijn, net als bij de tandarts. Sommige patiënten verwoorden het zo: "Op het moment van het prikje doet het wel (een beetje) pijn, maar is de prik weer voorbij dan is ook die pijn weer over. Wat je er voort terugkrijgt is veel meer. Per saldo heb je het er voor over."
In de ziektegeschiedenissen leest u hoe patiënten hun behandelingen hebben beleefd. De één ziet er tegenop, de ander ziet er naar uit. Uiteindelijk zijn bijna al deze patiënten positief over hun behandelingen.

Helpt het ook bij psychiatrische ziekten?
Lange tijd hebben artsen voor neuraaltherapie zich hier niet me beziggehouden. In Zwitserland is een internist- neuraaltherapeut in een psychiatrische kliniek die hier veel ervaring mee opdoet. Hij stelt dat neuraaltherapie bij burn-out en depressies goed inzetbaar is. Verder weten we al veel langer dat neuraaltherapie bij de postnatale depressie heel goed werkt. Kortom, een gebied waar nog het één en ander aan ontwikkeling gaande is.

Helpt neuraaltherapie altijd?
Nee, uiteraard niet. 
Als we te doen hebben met erfelijke aandoeningen, bepaalde infectieziekten, gebreksziekten (bijvoorbeeld ijzergebreks-anaemie) , ziekten die door vergiftigingen worden veroorzaakt of door ongunstige electromagnetische velden, mag je van neuraaltherapie niet veel verwachten. Ter ondersteuning van organen of orgaansystemen is het wel inzetbaar.

Hoe gevaarlijk is het?
Als arts en tandarts word je opgeleid om een patiënt te behandelen, om hem/ haar zo min mogelijk in gevaar te brengen en om met complicaties om te kunnen gaan. Ook neuraaltherapie kent complicaties, waarvan de meeste uiterst zeldzaam zijn. 

Overgevoeligheid voor procaïne, welke leidt tot ernstige bloeddrukdaling, is zeer zeldzaam: de meeste artsen voor neuraaltherapie hebben deze vorm van overgevoeligheid (anafylactische shock) nog niet meegemaakt in hun carrière. 

De "vasovegetatieve collaps" of het flauwvallen komt wel vaker voor, en dit zien we niet direct als een belangrijke complicatie. Het is even vervelend, dat wel. 

De arts voor neuraaltherapie kan een bloedvat raken, wat in sommige gevallen tot een bloeding kan leiden. Dit is een uitgesproken vervelende maar niet levensbedreigende complicatie, die niet te voorkomen is. De arts voor neuraaltherapie zal liever geen diepere injecties geven bij patiënten die bloedverdunnende medicijnen gebruiken, om bloedingen zoveel mogelijk te voorkomen. 

Een andere complicatie is dat een zenuw wordt aangeprikt, en door de naaldpunt wordt beschadigd. Vervelend, voorbijgaand, niet levensbedreigend. 

Ook kan -per ongeluk- het longvlies worden aangeprikt, waardoor er een klaplong kan ontstaan. Vervelend, meestal niet levensbedreigend. 

Wanneer procaïne bij het centrale zenuwstelsel terecht komt via een bloedvat of via het hersenvocht kan een ernstige (tijdelijke) verlamming ontstaan van o.a. de ademhaling. De arts voor neuraaltherapie wordt erin getraind dit te voorkomen. 

Tenslotte kan het zijn dat een pijnsyndroom voor langere tijd verergert na een behandeling. Dit is een reactie op een neuraaltherapeutische behandeling die helaas niet altijd te vermijden is. De behandelaar probeert een inschatting te maken hoe gevoelig de patiënt is. Ook probeert zij/ hij een inschatting te maken van de mate waarin de regulatiemechanismen zijn ontspoord: zo kunnen bijvoorbeeld patiënten die te maken hebben met stress, of een ‘psychologisch stoorveld” bij zich dragen, eerder door neuraaltherapie ontregelen dan patiënten die hier niet aan onderhevig zijn. 

Bijna iedere arts voor neuraaltherapie maakt wel eens mee dat een patiënt negatief reageert op de behandeling. Helaas is deze complicatie niet 100% vermijdbaar. Bij gevoelige en sterk "belaste" patiënten zal een arts voor neuraaltherapie dan ook kiezen voor voorzichtigheid.

Hoe vaak moet ik komen?
Vooraf is dat absoluut niet te zeggen. Ieder mens reageert verschillend. Sommige patiënten zijn na drie behandelingen al 'uitbehandeld' en zijn hun klachten kwijt. Bij anderen moeten we veel meer geduld hebben. Leest u ook het stuk onder "wat te verwachten bij behandeling?".

Ik ben zwanger. Mag ik nu behandeld worden?
Van procaïne is niet bekend dat het enige schade geeft aan de vrucht. Procaïne wordt niet voor niets een 'koninklijk medicament' genoemd. Een neuraaltherapeutische behandeling kan dus probleemloos tijdens de zwangerschap ingezet worden.

Als neuraaltherapie zo goed werkt- waarom is het dan zo onbekend?
Moeilijke vraag, en het antwoord is complex en min of meer een samenraapsel van een aantal gedachten: puntsgewijs als volgt.
1. Nederlandse artsen, tandartsen en medisch studenten zijn absoluut niet georiënteerd op het Duitse taalgebied. Alles in hun studie is Engels of Nederlands. De literatuur over neuraaltherapie is bijna uitsluitend in het Duits en in het Spaans. Voor jongere Nederlandse artsen en tandartsen is er daardoor een praktische drempel aanwezig vanwege de beperkte Duitse taalvaardigheid. Een cursus te gaan volgen in het Duits ligt dan ook niet voor de hand, mede omdat men tijdens de opleiding niet met neuraaltherapie in aanraking wordt gebracht.
2. een belangrijk deel van onze huidige geneeskunde is medicijnen- georiënteerd. Een dokter schrijft een medicijn voor en dat middel "moet het doen" – een receptje is snel geschreven als de wachtkamer vol zit en de tijd dringt... Een consult neuraaltherapie vraagt vaak meer tijd: dat lukt allemaal niet in 10 minuten. Er zijn vrijwel altijd herhalingsbehandelingen nodig zoals uit de ziektegeschiedenissen blijkt.
3. neuraaltherapie is een regulatietherapie terwijl de huidige geneeskunde zich met name bedient van medicatie die 'remt, blokkeert of onderdrukt'. Kortom: het tegenovergestelde van regulatie. Het denkraam van de neuraaltherapie en van de huidige moderne reguliere geneeskunde verschilt dan ook aanzienlijk. Regulatiegeneeskunde vergt echt een andere "manier van denken". 4. in de universiteitsklinieken in Duitsland werd na de Tweede Wereldoorlog veel neuraaltherapie bedreven. Met de komst van de nieuwe moderne geneesmiddelen werd het "aantrekkelijker" voor artsen om met medicatie te werken. Een behandeling met neuraaltherapie doet toch wat pijn en dat is minder plezierig...
5. artsen die tot professor worden benoemd om aan de medische universiteit te gaan doceren hebben vrijwel altijd uitsluitend een academische carrière achter de rug. Er zijn er maar weinig die buiten de perken van hun academische opleiding zijn getreden. Als je een opleiding doet in één van de richtingen van de complementaire geneeskunde ligt een benoeming tot hoogleraar bepaald niet meer voor de hand- en zo is het cirkeltje rond.
6. tenslotte... misschien hebben we ons na de oorlog wel even wat afgewend van de Duitsers en hebben we vooral met elkaar naar "het westen" gekeken. 
7. omdat men neuraaltherapie destijds niet kon verklaren kwam het in de hoek van de alternatieve geneeskunde terecht. Als het eenmaal "alternatief" heet werpt dat een flinke drempel op voor een regulier opgeleide arts...

Op al deze gedachten is vast wel wat af te dingen. De vakgroep neuraaltherapie staat open voor andere ideeën over dit onderwerp.

Vakbekwaamheid
In Nederland zijn er verscheidene complementair/ alternatief werkende artsen die neuraaltherapie toepassen in hun praktijk. De vakgroep neuraaltherapie hecht eraan te vermelden dat zij niet kan instaan voor de vakbekwaamheid, op het gebied van de neuraaltherapie, van collega’s die niet aan de vakgroep neuraaltherapie verbonden zijn. 

Van de gecertificeerde leden van onze vereniging kunnen wij aantonen dat ze voldoen aan de eisen van scholing en nascholing zoals deze zijn vastgesteld door de vakgroep neuraaltherapie en haar Duitse zustervereniging IGNH, en daardoor over de daaruit voortvloeiende vakbekwaamheid beschikken.

© 2017 - AVIG Nederlandse Vakgroep Neuraal- en Regulatietherapie NVNR - E-mail