Pijnbehandeling en pijnbestrijding door Neuraaltherapie

Pijn is in eerste instantie nuttig. Het zorgt ervoor dat een lichaamsbeschadiging wordt ontzien, waardoor de genezing beter plaatsvindt. Acute pijn ontstaat meestal doordat aan het lichaam schade wordt toegebracht, bijvoorbeeld door een ongeval of operatie, infectie of een verbranding door hitte of een chemische stof. Hierdoor kan er een wond ontstaan; het lichaamsweefsel is dan stuk. Of er ontstaat een ontsteking; het weefsel is dan beschadigd, waarbij lichaamsvocht en lichaamscellen zich ter plaatse ophopen (zwelling!) om het beschadigde weefsel weer te herstellen. Bij een wond of ontsteking is er bijna altijd pijn, doordat de zenuwvezels op die plek geprikkeld worden. De zenuwvezels kunnen zelf beschadigd zijn of afvalstoffen van het beschadigde weefsel prikkelen de zenuw. De pijnzenuwvezels geven die signalen door aan de hersenen. Pas in de hersenen wordt de pijn waargenomen. Voordat de pijnzenuwvezels in de hersenen aankomen maken ze nog contact met allerlei andere zenuwvezels. Het zenuwstelsel is tenslotte één groot netwerk met veel onderlinge verbindingen. Hierdoor is het mogelijk dat allerlei andere invloeden de pijn versterken of verzwakken. Bijna iedereen kent wel het voorbeeld, dat als je over een plek met pijn wrijft, de pijn dan minder wordt. Ook emoties kunnen zo de waargenomen pijn versterken of verzwakken. Normaal gesproken geneest een wond of ontsteking vanzelf en gaat de pijn over. Als de wond of ontsteking groot genoeg is ontstaat er ter plaatse een litteken. Helaas gaat het genezingsproces niet altijd goed, waardoor de wond of ontsteking gedeeltelijk blijft bestaan en dan kan er chronische pijn ontstaan. Chronische pijn kan ook ontstaan doordat de wond wel geneest, maar tegelijk aanleiding is tot het ontstaan van een stoorveld. Een derde oorzaak van chronische pijn kan ontstaan, doordat na de genezing de pijnzenuwvezels overprikkeld blijven. De medische term hiervoor is hyperreactiviteit van het zenuwweefsel. Bij mensen die al lang pijn hebben speelt dat laatste vrijwel altijd een rol. Tenslotte kan chronische pijn soms ogenschijnlijk 'zomaar' ontstaan. Natuurlijk zijn er dan wel oorzaken voor, maar die zijn dan (nog) niet ontdekt. Vaak is er dan een stoorveld in het spel.

Pijn en neuraaltherapie
Neuraaltherapie is voor veel pijnpatiënten een goede manier om van pijn af te kunnen komen (de pijn gaat weg en komt niet meer terug) of om de pijn te verlichten. Om dit te bereiken wordt ter plaatse van de (oude) wond of ter plaatse van overprikkelde zenuwen procaïne of lidocaïne gespoten. Dit zijn stoffen die gebruikt worden om lokaal te verdoven, zodat er pijnloos een operatie kan plaatsvinden. Deze verdovende werking is na 1 of enkele uren uitgewerkt. Dit is te kort om succesvol pijn te behandelen Door artsen voor neuraaltherapie worden procaïne of lidocaïne echter toch gebruikt om pijn te behandelen. Dat wordt hieronder uitgelegd.

Acute pijn
Bij acute pijn is het mogelijk om in de buurt van de aangedane zenuwvezels andere zenuwvezels met neuraaltherapie zodanig te stimuleren, dat de pijnzenuwvezels gedurende een bepaalde tijd, meestal enkele dagen, minder actief zijn en de pijn daardoor minder is. Soms moet deze behandeling een paar keer herhaald worden, net zolang, totdat de genezing zover gevorderd is, dat de wond of ontsteking genezen is. Een goed voorbeeld hiervan is spit of een sportblessure.

Chronische pijn
Bij chronische pijn wordt neuraaltherapie het meest toegepast. Om dezelfde reden als uitgelegd bij acute pijn. Maar bij chronische pijn is, zoals boven al is uitgelegd, bijna altijd sprake van hyperreactiviteit van de pijnzenuwen. De zenuwen maken uit zichzelf pijnprikkels aan. Er is als het ware sprake van een 'vals alarm'; er is geen wond meer, maar toch zijn de pijnzenuwvezels actief. Dit kan verholpen worden door de pijnzenuwvezels een aantal keren te verdoven. Ze krijgen dan tijdens iedere verdoving de gelegenheid om gedeeltelijk te genezen. Na een aantal keren behandelen is de genezing dan compleet (casus 1casus 9 en casus 12 zijn daar een goed voorbeeld van). Als er sprake is van hyperreactief littekenweefsel dat op afstand van dit litteken klachten geeft (we spreken van een stoorveld) kan dit op een vergelijkbare manier behandeld worden. De casus 2casus 7 en 
casus 10 laten zien hoe 'gemeen' en langdurig zo'n littekenstoorveld door kan werken in het hele lichaam.

Ontstekingen
Tenslotte blijken procaïne en lidocaïne ook een gunstig effect te hebben op de genezing van ontstekingen. Als een ontsteking niet uit zichzelf geneest, is neuraaltherapie zinvol, soms in combinatie met andere therapieën, om dit genezingsproces op gang te brengen. Casus 18 is hiervan een voorbeeld.

Geneest neuraaltherapie nu alle soorten pijn?
Helaas niet. Als er een blijvende oorzaak is van de pijn, waardoor de wond of ontsteking niet kan genezen, dan heeft neuraaltherapie geen blijvend effect op die pijn. Voorbeelden zijn een operatieschroef bij een botbreuk die ergens op drukt of pijn bij kanker. Maar als de pijn weer lang bestaat is toch vaak verlichting mogelijk, omdat er dan chronische pijnsoorten bij komen. Een goed voorbeeld hiervan is een versleten gewricht, waarbij het gewrichtskraakbeen verminderd is. De pijn die ontstaat doordat bot op bot drukt is niet te behandelen. Maar de meeste pijn ontstaat door de ontstekingsverschijnselen rondom het gewricht. En dit is weer wel goed behandelbaar.

© 2017 - AVIG Nederlandse Vakgroep Neuraal- en Regulatietherapie NVNR - E-mail