Oorsuizen, duizeligheid, ziekte van Menière, plotselinge doofheid

Oorsuizen (tinnitus)
Als iemand steeds bijvoorbeeld een piepend, zoemend, sissend, dreunend of ruisend geluid hoort, dat er niet is, noemen we dat oorsuizen. Dit is zeer hinderlijk, vooral wanneer het stil is.
Er zijn vele mogelijke oorzaken van oorsuizen bekend en de huisarts zal dan ook al gauw een patiënt naar de KNO-arts verwijzen. De KNO-arts kan oorzaken vinden zoals ontsteking van de gehoorgang of van het middenoor. Ook verkalkte gehoorbeentjes (otosclerose) of zelfs een gehoorgang vol oorsmeer kan de oorzaak zijn.
De oorzaak kan ook in het binnenoor liggen. Deze oorzaak wordt vaker gevonden bij mensen die veel aan lawaai hebben blootgestaan (beroepshalve of "vrijwillig"). Ook infecties, intoxicaties, de ziekte van Menière of vaatvernauwing kunnen leiden tot tinnitus. De wat meer zeldzame oorzaken laten we hier even buiten beschouwing.

In 1982 heeft dr. Brand, een Duitse arts voor neuraaltherapie, bij 96 patiënten met oorsuizen onderzocht wat de effecten zijn van neuraaltherapie bij deze aandoening. Deze patiëntengroep had niet gereageerd op vaatverwijdende medicatie. Hij behandelde met een eenvoudig behandelprotocol (alleen segmentale therapie) en liet belangrijke andere injecties achterwege. Na 1 tot 6 behandelingen had 8% van de patiënten geen klachten meer en meldde 33% van de patiënten een belangrijke verbetering. Bij 34% was wel enige verbetering en 25% van de patiënten bleef onveranderd klachten houden.

De arts voor neuraaltherapie zal op grond van dit onderzoek bijna altijd de zogenaamde segmentale therapie bij tinnitus toepassen als basisbehandeling. Hiernaast zijn er nog andere neuraaltherapeutische mogelijkheden die hij/ zij zo nodig zal inzetten.

Plotselinge doofheid
Plotselinge doofheid wordt vrijwel altijd veroorzaakt door een afsluiting van het bloedvat dat het binnenoor voorziet van voeding en zuurstof.
Wanneer de behandeling direct begint, o.a. met vaatverwijdende middelen en procaine-injecties rondom een belangrijk, in de hals gelegen, zenuwknooppunt (Ganglion stellatum), dan zijn de kansen op herstel of gedeeltelijk herstel 90%. Als de behandeling later begint (4 dagen na het begin van de klachten) is het resultaat al beduidend minder. (Ongeveer 65% van de patiënten herstelt geheel of gedeeltelijk). Wanneer de behandeling met neuraaltherapie pas na 3 of 4 weken wordt gestart is er maar weinig hoop op wezenlijke verbetering.
De NVNR streeft er dan ook naar dat alle KNO-artsen in hun opleiding of later kennis maken met de neuraaltherapie zodat ze tijdig kunnen verwijzen of de behandeling zelf ter hand kunnen nemen.
Genoemde percentages zijn overgenomen uit het leerboek van Peter Dosch MD (Manual of Neural Therapie according to Huneke).

Vertigo, duizeligheid
Hiermee wordt in de ruimste zin van het woord bedoeld dat "het individu geen goede, betrouwbare informatie heeft over zijn/ haar positie in de ruimte".
De patiënt heeft vaak draaisensaties, wegzak-sensaties of "lift-" sensaties. Soms is er een duidelijke valneiging en een loopstoornis. Wat de klacht ook is, het maakt heel onzeker, vooral ook in het verkeer. Het is een heel vervelende handicap.

De oorzaken van vertigo zijn heel divers. De oorzaak kan gelegen zijn in het evenwichtsorgaan of de evenwichtszenuw. Het kan ook veroorzaakt worden door vaatlijden (atherosclerose), hersenschudding, afwijkingen van de halswervelkolom of door vergiftiging met bijvoorbeeld alcohol, nicotine, koolmonoxide, slaapmiddelen of bepaalde geneesmiddelen. De meer zeldzame oorzaken worden hier niet genoemd.
De behandeling van duizeligheid middels neuraaltherapie is zeer de moeite waard en wordt hieronder (bij de ziekte van Menière) beschreven. Uiteindelijk hangt het behandelresultaat mede af van de oorzaak van deze klacht.

Ziekte van Menière
Heel bekend is de ziekte van Menière die gekenmerkt wordt door aanvallen van draaiduizeligheid, oorsuizen, gehoorverlies, misselijkheid en braken. We weten dat bij de ziekte van Menière de oorzaak in het evenwichtsorgaan ligt (meestal eenzijdig).
Door de microscoop gezien is er bij de ziekte van Menière een degeneratie van de "haarcellen" van het binnenoor. Dit ontstaat zeer waarschijnlijk door een verhoging van de druk van het lymfevocht ter plekke (endolymphatische hydrops). Deze drukverhoging kan ontstaan ten gevolge van een infectie, een trauma of een auto-immuunziekte, maar in verreweg de meeste gevallen is de oorzaak niet duidelijk.
De behandeling van de ziekte van Menière is dan ook heel divers. Dat zien we wel vaker als de oorzaak van een ziekte niet duidelijk is. De KNO-arts of huisarts die niet opgeleid is als arts voor neuraaltherapie zal meestal medicatie voorschrijven om de duizeligheid te onderdrukken. Soms wordt een zoutbeperkt dieet voorgeschreven of "plaspillen". In een aantal gevallen worden er bepaalde evenwichtsoefeningen voorgeschreven. Ook de Utermöhlen-prismabril wordt met succes bij de ziekte van Menière voorgeschreven. Slechts bij een gering aantal patiënten wordt overgegaan tot operatie. Deze helpt meestal wel voor de duizeligheid, maar op de andere klachten die bij de ziekte van Menière horen (misselijkheid, oorsuizen, gehoorverlies) heeft deze operatie geen invloed.

Het mag duidelijk zijn dat de "ziekenhuisgeneeskunde" de ziekte van Menière niet altijd naar tevredenheid van de patiënt kan behandelen, en op dit gebied tegen haar beperkingen aanloopt.

De arts voor neuraaltherapie wordt meestal geconsulteerd wanneer de patiënt de uitgebreide diagnostiek in het ziekenhuis reeds achter de rug heeft, wanneer de klachten een chronisch karakter hebben gekregen en wanneer de patiënt niet goed op de vaak medicamenteuze behandeling reageert.
De arts voor neuraaltherapie is er vooral op uit om de autonome regulatie van het binnenoor (via het vegetatieve zenuwstelsel, zie ook de algemene informatie over neuraaltherapie elders op deze website) te herstellen en daarmee indirect ook de bloedsomloop ter plaatse.
De arts voor neuraaltherapie gebruikt daarvoor verschillende injectietechnieken en zal ook op zoek gaan naar stoorvelden die als oorzaak voor de ontregeling kunnen optreden. Te denken valt aan het gebit, de neusbijholten, lettekens en oude ontstekingen. De halswervelkolom zal zeker ook bij het onderzoek betrokken worden. Er zijn geen gegevens bekend over de effectiviteit van de neuraaltherapie bij de ziekte van Menière.

© 2017 - AVIG Nederlandse Vakgroep Neuraal- en Regulatietherapie NVNR - E-mail