Halswervelkolom, schouder en arm

Een niet gering aantal patiënten lijdt aan (pijn)klachten in dit gebied.
In de eerste plaats kennen we het schouder-arm-syndroom, ook wel het cervicaal syndroom genoemd. De patiënt klaagt over pijn in de nek die naar de schouder en vaak ook naar de arm uitstraalt. De nek is pijnlijk bij bewegen. Er zijn soms vreemde, vaak tintelende gevoelens in het gebied van schouder en arm. Soms gaan de klachten gepaard met migraine, oorsuizen en duizeligheid. (Zie ook onder whiplash).

Deze klachten laten zich vaak goed behandelen met neuraaltherapie. Als de patiënt zich voor een neuraaltherapeutische behandeling meldt is er vaak al een diagnostisch ziekenhuistraject geweest. Meestal zijn er foto's gemaakt en heeft de patiënt al fysiotherapie, oefeningen, en soms manuele therapie.

De arts voor neuraaltherapie gaat op zoek naar de drukpijnlijke plekken van de hals wervelkolom. Hij gaat ook op zoek naar stoorvelden in het gebied van gebit, mond, keel en oren, en naar "stoorzenders" van verder gelegen organen zoals de lever, de gal, de longen, het middenrif en het hart. Een stoorveld in een litteken na een galblaasoperatie bijvoorbeeld kan de schouder-arm-problemen onderhouden! Ontstoring van het litteken kan de klachten als sneeuw voor de zon doen verdwijnen (zie casus 11).

Een functiestoornis van de halswervelkolom komt vaak voor. De reden is dat er zoveel stoorvelden zijn die via het autonome zenuwstelsel dit gebied kunnen storen. Voor een goed functionerende halswervelkolom hebben we bijvoorbeeld o.a. een goede bloedsomloop nodig (microcirculatie) om pezen, banden en spieren van de nodige grondstoffen te voorzien. Ook bij een nekhernia en een torticollis is neuraaltherapie een uitstekende aanvullende therapie. Neuraaltherapie kan door de vicieuze cirkel van pijn, spiersamentrekking, onvoldoende doorbloeding, overprikkeling van het autonome zenuwstelsel en meer pijn heen breken.

Schouderklachten
Als er een acute of chronische pijn van de schouder is, dan is meestal het schoudergewricht zelf niet het probleem. Arthrose of arthritis van de schouder komen niet zo vaak voor. Het zijn vaak de weefsels om het gewricht (spieren, pezen, kapsel, banden, bursa) waar de pijn wordt ervaren en waar de problemen zijn. Al deze aandoeningen van de schouder vallen onder de verzamelnaam periarthritis humeroscupularis. Maar het kan goed zijn dat uw huisarts of specialist u een ander diagnose heeft meegegeven. We noemen ze hier, maar gaan er niet verder op in, dan wordt het te technisch.
Onder de verzamelnaam peri-arthritis-humeroscupularis vallen de diagnosen:
Capsulitis of capsulitis adhaesiva, bursitis, bursitis subdeltoidea, bursitis subacromialis, bursitis calcarea (slijmbeursontsteking), rotatorencuff-syndroom, rotatorencuff-ruptuur, tendinitus supraspinatus, peesletsel, peritendinitis bicipitalis, acromio-claviculaire (gewrichtsarthrose).
Er zullen nog meer namen en benamingen zijn.
Veelal worden deze ziektebeelden behandeld met pijnstillers, lokale injecties van o.a. corticosteroïden, rust, warmte, fysiotherapie en –zelden- operatie.

Schouderklachten en neuraaltherapie
We gaan even terug in de tijd, 1940. Een historisch jaar voor de neuraaltherapie.
Een mevrouw met een capsulitis van de rechterschouder bezoekt dr Ferdinand Huneke. Niets had tot dan toe haar geholpen. Haar gebit was verwijderd, en ook de amandelen. Rond die tijd was dat de gewone medische praktijk. De chirurgen stelden nu ook voor om haar linker onderbeen te amputeren vanwege een chronische botontsteking. 
Dr Huneke behandelde de schouder met neuraaltherapie: injecties rond en in het schoudergewricht. Tot verbazing van dr Huneke hielp het helmaal niets, ook niet na drie behandelingen. Hij kon niets voor haar doen.
Omdat inmiddels de regio rond de oude botontsteking van het onderbeen weer was gaan ontsteken kwam de patiënte weer terug bij deze arts. Misschien kon hij hier wel iets aan doen. Toen dr Huneke een paar oppervlakkige huidinjecties gaf in het gebied van de oude ontsteking verdwenen, geheel onverwacht, van het ene op het andere moment, de schouderklachten van patiënte volledig. Alleen door het been te behandelen verdwenen de klachten van de schouder!
Dr Huneke heeft deze patiënt uitgebreid in de medische literatuur beschreven en sindsdien spreken wij als artsen voor neuraaltherapie ook over neurale stoorvelden. Dit hebt u onder info- algemeen- neuraaltherapie kunnen lezen. Duizenden keren is dit verschijnsel door vele artsen bij vele patiënten geobserveerd.
Schouderklachten zijn vaak goed met neuraaltherapie te behandelen. Wij zien deze klachten niet als iets dat "binnen twee jaar vanzelf uiteindelijk verdwijnt met rust, pijnstillers en fysiotherapie" (dit is de gangbare mening die we kunnen vinden in de leerboeken voor de huisarts). In het algemeen zien we binnen drie weken een duidelijke pijnvermindering optreden (zie ook casus 22).
Belangrijk bij de behandeling is dat alle verdachte stoorvelden worden opgespoord en behandeld. Keel en gebit zijn in dit opzicht de grote boosdoeners, maar de galblaas en alvleesklier moeten we niet vergeten!
Verder willen we met neuraaltherapie zo snel mogelijk de pathologische reflexen doorbreken en de gezonde doorbloeding van het gebied rond de schouder herstellen. Ook in geval van arthrose luistert de bloedvoorziening, die voor een deel via het gewrichtskapsel loopt, heel nauw. Vaak wordt er naar drukpijnlijke plaatsen gezocht en worden deze behandeld. Ook de halswervelkolom wordt meestal meegenomen in het onderzoek en de behandeling. Halswervelkolom en schouder vormen als het ware een eenheid. Meestal is het behandelen van schouderklachten die door overbelasting, een ongeval of een sporttrauma ontstaan, voor de arts voor neuraaltherapie geen grote opgave.

Armklachten

Carpaal tunnel syndroom
Als er een bepaalde zenuw, de Nervus Medianus, in de pols bekneld raakt, geeft dat nare klachten, vooral 's nachts. Er is vaak een uitstralende pijn naar de handpalm en de eerste drie vingers. Ook de gevoeligheid van de huid in dat gebied verandert. Duurt deze situatie te lang dan treedt ook krachtsverlies op in de hand en neemt de spiermassa af. Vaak wordt een operatie voorgesteld. Na enkele plaatselijke, neuraaltherapeutische behandelingen kan al een duidelijke verbetering worden bereikt. Een operatie is dan niet meer nodig.
Procaïne, het middel dat in de neuraaltherapie gebruikt wordt, is een middel dat oedeemvorming voorkomt en laat verminderen. Verder geeft het een verbetering van de bloedcirculatie in dat gebied. Deze twee dingen bij elkaar geeft de zenuw weer ruimte en voeding. Het Carpaal tunnelsyndroom is dan ook een beeld dat zich uitgesproken goed door neuraaltherapie laat behandelen. Casus 23 illustreert dit.

Tenniselleboog (epicondylitis lateralis)
Op de plaats waar de spieren, die de vingers recht maken, op het bot aanhechten, aan de buitenzijde van de elleboog, kan pijn ontstaan. Pijn die soms uitstraalt naar de onderarm. Vaak is er sprake van overbelasting van de armspieren, maar soms ontstaat het ook min of meer spontaan. De huisarts zal adviseren de arm tijdelijk met rust te laten en adviseert mogelijk fysiotherapie. Soms is de pijn juist aan de andere kant van de elleboog en spreken we van een golverselleboog. De tenniselleboog is goed met neuraaltherapie te behandelen. De arts voor neuraaltherapie zal vaak met plaatselijke injecties beginnen. Als dit na 2 keer onvoldoende effect heeft zal er verder gezocht worden naar drukpijnlijke plaatsen in de halswervels of stoorvelden in het gebit, de neusbijholten, de keel of het oor. 
Met neuraaltherapie mag worden verwacht dat de klachten binnen drie weken aanmerkelijk minder worden en binnen nog eens drie weken volledig zijn verdwenen. Wekelijkse behandelingen zullen nodig zijn. 
Casus 20 laat zien dat ook chronische klachten die leiden tot arbeidsongeschiktheid kunnen verdwijnen met een neuraaltherapeutische behandeling.

RSI – (Repetitive Strain Injury)
Deze term behelst alle klachten, die kunnen ontstaan door een chronische overbelasting van het bewegingsapparaat. In feite kan dit in het hele lichaam voorkomen, maar het meest komt het voor in nek, schouder en arm. Door een constant herhaalde inspanning (bv. computeren, breien, tennissen) kunnen met name peesaanhechtingen, maar soms ook gewrichtskapsels geïrriteerd raken. Op foto's en bij laboratoriumonderzoek worden dan nooit afwijkingen gevonden. De meest bekende vorm van RSI zijn de tennisarm en muisarm. Na enkele neuraaltherapeutische behandelingen, meestal ter plaatse van de klachten, maar soms ook ergens anders in het lichaam zijn de klachten meestal al verbeterd. Afhankelijk van de ernst en de duur zijn er dan meerdere behandelingen nodig om de klachten te doen verdwijnen. Bij de meeste patiënten worden ook houdings- of bewegingsadviezen gegeven, om latere terugkeer van de klachten te voorkomen.

© 2017 - AVIG Nederlandse Vakgroep Neuraal- en Regulatietherapie NVNR - E-mail