Tandheelkunde en neuraaltherapie

Het gebit neemt een belangrijke plaats in binnen de neuraaltherapie. Het begrip "gebit" moeten we daarbij ruim opvatten: we bedoelen het hele kauw- gebeuren inclusief het kaakgewricht. Op allerlei wijzen kan in dit gebied ziekte ontstaan. En al deze ziektetoestanden kunnen zich als stoorveld gaan gedragen, d.w.z. dat ze de regulatie van organen of structuren op afstand in de war sturen.
In de gewone geneeskunde is vooral de relatie bekend tussen ontstoken tanden en bijvoorbeeld reuma. In de neuraaltherapie wordt daar veel preciezer naar gekeken, en beschouwen we niet alleen ontstoken tanden als een bron van problemen. In wezen alle ziektetoestanden in en om de kaak kunnen een probleem vormen.

Mogelijke stoorvelden in de mond zijn:
   1.   niet-vitale tanden of dode tanden
   2.   tanden met chronische ontsteking van de wortel.
   3.   tanden die een wortelkanaalbehandeling hebben ondergaan
   4.   wortelresten na tandextractie
   5.   tanden met een ontsteking aan de punt van de wortel
   6.   tanden met vullingen of kronen
   7.   tanden met tandvleesontstekingen
   8.   tandresten van het melkgebit
   9.   alle littekens in het slijmvlies van de kaak
   10.  kaakontsteking die niet verdwijnt na tandextractie
   11.  dwarsliggende verstandskiezen
Deze lijst is niet compleet, maar bevat de belangrijkste bronnen van stoorveldpathologie.

Het goede bericht nu is, dat een tand die een wortelkanaalbehandeling heeft ondergaan niet perse een stoorveld is. Wanneer iemand gezond eet, regelmatig ontstresst, kortom actief bezig is gezond te blijven, hoeft een tand geen stoorveld te worden. Het slechte bericht is dat een tand die behandeld is vanwege een wortelkanaalontsteking zich altijd alsnog tot een stoorveld kan ontwikkelen. Vaak is de tijd tussen de behandeling van de tand en het ontstaan van de klachten een kwestie van jaren! Zo kan het zijn dat iemand pas 4 jaar na een tandartsbehandeling last krijgt van de schouder.
Noch de patiënt, noch de huisarts, noch de tandarts zal hier een verband leggen. Dit is bij uitstek het terrein van de (tand)arts voor neuraaltherapie.
Stoorveld-diagnostiek van het gebit is in een aantal gevallen moeizaam. Dit komt doordat stoorvelden niet perse zichtbaar zijn op een röntgenfoto.

Helaas is het zo dat veel tandartsen "technisch" prima werk afleveren, maar geen begrip hebben voor de energetische aspecten van hun werk. Ze zijn hier gewoon niet in opgeleid. Artsen voor neuraaltherapie werken dan ook graag samen met tandartsen die hier wel in zijn getraind (biologische tandartsen). Zij spreken als het ware elkaars taal.

Conclusie
Neuraaltherapie en tandheelkunde komen elkaar vaak tegen en de arts voor neuraaltherapie kan uw tandarts een advies geven voor een ingreep die hij/ zij niet begrijpt. Soms zijn de "belangen" van beiden tegengesteld. Dit vraagt om wederzijds begrip. Want het mag niet zo zijn dat het ten koste gaat van de patiënt. Naarmate er meer begrip is voor het gedachtegoed van de neuraaltherapie zal deze kloof zich dichten. De NVNR streeft ernaar om alle tandheelkundestudenten kennis te laten maken met het vak neuraaltherapie. Helaas is dit nog slechts een voornemen. Anno 2007 is dit voor de medisch studenten aan de universiteit van Heidelberg reeds werkelijkheid!

© 2017 - AVIG Nederlandse Vakgroep Neuraal- en Regulatietherapie NVNR - E-mail